VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Aandelen, iedereen heeft er wel een (voor)oordeel over. Hieronder 7 feiten die er echt toe doen.

1. Waartoe zijn aandelen op deze wereld?
Aandelen zijn in de eerste plaats een instrument waarmee bedrijven zichzelf financieren. Ondernemingen geven aandelen uit om geld aan te trekken dat zij nodig hebben voor hun activiteiten. Het geld dat een onderneming met aandelen ophaalt, staat in beginsel voor onbepaalde tijd ter beschikking van de onderneming en heet het eigen vermogen van de onderneming.

Een aandeel is een deelneming in dat eigen vermogen. Het is daarmee ook een eigendomsbewijs van een (evenredig) deel van die onderneming en het geeft recht op een evenredig deel van de winst die de onderneming maakt. 

2. Wat is het voordeel van aandelen voor een onderneming?
Het belangrijkste voordeel voor de onderneming is dat zij niet verplicht is dit geld terug te geven. Er hoeft zelfs geen rente over te worden betaald. Pas als er winst wordt gemaakt zullen aandeelhouders een uitkering eisen, het dividend.

Een aandeelhouder moet maar afwachten of hij een vergoeding krijgt en loopt dus risico. Op voorstel van het management beslissen uiteindelijk de aandeelhouders in de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering wat er met de winst moet gebeuren: geheel, gedeeltelijk of helemaal niet uitkeren aan de aandeelhouders.

 

3. Hoe kan ik aandelen kopen? 

Dit kan bij verschillende banken en brokers. Zij bieden platformen aan waar particulieren zelfstandig aandelen kunnen kopen. Het is belangrijk om een bank of broker te kiezen die bij u past. Enkele belangrijke zaken om rekening mee te houden zijn de kosten voor het handelen, de handelsmogelijkheden en de service. Via de Brokertool op deze website kunt u verschillende partijen vergelijken op deze punten. 


Ga naar de vergelijkingstool

 

4. Wat is het verschil met obligaties?
Anders dan bij aandelen gaat het bij obligaties om geleend geld dat na verloop van tijd terugbetaald moet worden. Een obligatie is een schuldbewijs, een obligatielening een vorm van vreemd vermogen. Een belangrijk verschil met aandelen is ook de vergoeding die de onderneming ervoor moet betalen. Op obligaties betaalt het bedrijf rente, ongeacht of er winst of verlies wordt gemaakt.

5. Wat gebeurt er met aandelen als een bedrijf failliet gaat?
In geval van faillissement worden voor zover er nog middelen zijn eerst de gewone schuldeisers betaald, zoals leveranciers, dan de obligatiehouders en als laatste pas de aandeelhouders.

Aandelenbezitters lopen dus ook bij een faillissement meer risico dan obligatiehouders. Het risico gaat voor de aandeelhouder in een naamloze vennootschap (nv) echter nooit verder dan het bedrag dat hij op de beurs voor zijn aandeel heeft betaald.

Hij is weliswaar mede-eigenaar maar niet aansprakelijk voor schulden van de onderneming, die de grootte van het aandelenkapitaal te boven gaan, en ook niet voor eventueel wanbeleid van de bestuurders van de onderneming.

Obligatiehouders zijn geen mede-eigenaars, want zij hebben slechts aan de onderneming geld geleend en hebben daarvoor een schuldbewijs, een obligatie, ontvangen. Ook zij kunnen slechts verliezen wat zij op de beurs voor hun obligaties hebben betaald. 
 

6. Is het waar dat aandelen op de lange duur het hoogste rendement geven?
Historische gegevens bevestigen dit wel. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat aandelen riskanter zijn (tussentijds volatieler bewegen), maar op de lange duur ook beter renderen dan obligaties en spaarrekeningen.

Uit gegevens van een aantal landen over een periode van meer dan honderd jaar blijkt dat het rendement op aandelen hoger ligt dan op spaargeld of op obligaties. Het rendement op beursgenoteerde aandelen en obligaties bestaat enerzijds uit de koerswinst (of het koersverlies) en anderzijds uit de uitkeringen op die beleggingen, dus respectievelijk dividend en rente.

<

Jaarlijkse rendementen sinds 1900   
(totaal rendement: rente/dividend en koerswinst)   
Land Aandelen Obligaties Deposito
België 7,90% 5,30% 5,10%
Duitsland 8,10% 3,20% 4,60%
Frankrijk 11,10% 7,20% 4,50%
Groot-Brittannië 9,50% 5,40% 5,00%
Japan 11,90% 6,10% 5,40%
Nederland 8,30% 4,30% 3,70%
Verenigde Staten 9,50% 4,90% 4,00%
Wereld 8,70% 4,60% 4,00%
(bron: Global Investment Returns Yearbook)   


Dat aandelen een hoger rendement geven klopt met de theorie dat beleggers die meer risico nemen, daar op de lange duur voor beloond moeten worden. Anders zouden zij dat risico namelijk niet meer nemen. De marktwerking zorgde ervoor dat beleggers in het verleden gemiddeld een zodanige prijs voor aandelen betaalden, dat hun rendement ruim 4 procent boven het risicovrije rendement lag. Dit extra rendement wordt ook wel de 'risicopremie van aandelen' genoemd.

7. Moet ik actief op zoek naar goedkope aandelen of kan ik beter een index volgen?
Dat ligt er maar aan hoeveel tijd je erin wilt steken en of zelf beleggen in aandelen bij je past. Het blijkt in de praktijk moeilijk de markt te verslaan, zelfs voor professionele beleggers. De koersvorming van aandelen is in theorie efficiënt, dat wil zeggen dat alle publieke informatie die relevant is voor een onderneming, steeds in de koers van haar aandeel is verwerkt, is ingeprijsd. Wetenschappelijk bewijs voor een efficiënte markt is door economen al vaak geleverd.

Toch zijn er altijd momenten dat prijzen niet helemaal kloppen of doorschieten omlaag of naar boven. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat er altijd verschillen zullen bestaan tussen wat afzonderlijke beleggers over een bepaald bedrijf weten en doordat markten vaak overdrijven.

Misbruik van voorkennis is moeilijk uit te bannen, en in specifieke deelmarkten weten soms maar een paar partijen precies wat er speelt. Die kennis komt soms eerst tot uiting in een koerspatroon, voordat het in de krant staat. 

8. Waar bestaat het risico uit dat ik loop als aandeelhouder en hoe kan ik dit vermijden?
Koersen van aandelen kunnen stevig fluctueren’: draait de onderneming goed, dan willen beleggers meer voor het aandeel betalen; stelt de winstontwikkeling teleur of vermindert het vertrouwen in het management of in de toekomst, dan daalt de koers. Dit fluctueren van de koers en dus van het koersrendement maakt het voor de onderneming specifieke risico van een aandelenbelegging uit.

Grofweg heeft het voor een onderneming specifieke risico twee dimensies. Enerzijds is er het exploitatierisico van de onderneming, dat wordt bepaald door de aard en locatie van haar activiteiten; een zeepfabrikant in Nederland loopt andere risico’s dan een autofabrikant in China.

Anderzijds is er het financiële risico dat de financiering van die activiteiten betreft; in het algemeen loopt een onderneming die met veel vreemd vermogen (schuld) gefinancierd is een groter financieel risico dan een onderneming die met weinig vreemd vermogen is gefinancierd.

De specifieke ondernemingsrisico’s kan de belegger verminderen door aandelen van bedrijven uit verschillende sectoren en landen in zijn beleggingsportefeuille op te nemen, dat wil zeggen door spreiding of diversificatie.

Naast specifieke ondernemingsrisico’s loopt de belegger in aandelen een marktrisico. Door algemeen economische gebeurtenissen – zoals veranderende renteniveaus of ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, maar ook door politieke gebeurtenissen (oorlogen) of natuurrampen – kan de aandelenmarkt als geheel dalen of stijgen.

Hierbij speelt het beurssentiment een belangrijke, vaak overdrijvende rol: hemelhoog juichend als het goed gaat, zwaar gedeprimeerd als het tegenzit. Dit marktrisico is niet te verlagen door spreiding over verschillende aandelen.

De combinatie van ondernemings- en marktrisico maakt dat het rendement op aandelen sterker fluctueert dan dat op minder riskante beleggingen. Daar staat echter wel de risicopremie tegenover: het gemiddelde rendement op aandelen is op de lange duur hoger. Vaak wordt daarom gesteld dat beleggen in aandelen vooral iets is voor de lange termijn.